Home

 De Stichting

Programma

Uitvoerenden

Vriend van onze stichting

Aanmelden als vriend

Nieuwsbrief aanvragen

Nieuwsbrief

J.S. Bach

International
Vocal Competition

ANBI

Privacyverklaring

Contact

 

5 september 2020

Aus der Tiefen ruf ich, Herr, zu dir, BWV 131

Cantate 131 is waarschijnlijk de oudst bewaard gebleven cantate van Bach, ontstaan in 1707 in Mühlhausen (Thüringen) en dus lang voordat (vanaf 1723) Bachs massale cantateproduktie in Leipzig op gang komt. Wanneer Bach Aus der Tiefen componeert, is hij 22 jaar oud en sinds kort organist aan de Blasiuskirche te Mühlhausen. Hij heeft zich de afgelopen vier jaar in de luwte van een rustig organistenbaantje in Arnstadt veelzijdig kunnen ontwikkelen als orgelvirtuoos, componist en orgeldeskundige. Anderhalf jaar geleden bezocht hij zijn idool Buxtehude in Lübeck.
Cantate 131 is waarschijnlijk geschreven voor een Bußgottesdienst (boetedienst) voor de brand die Mühlhausen had geteisterd vlak voor Bach aantrad, waarbij drie- tot vierhonderd huizen in het centrum verloren gingen. Blijkens Bachs eigenhandige aantekening in de partituur is de cantate geschreven in opdracht van dominee G.C.Eilmar van de Marienkirche, de kerk waaraan Bach niet was verbonden.
Cantate 131 heeft één doorlopende tekst, alle acht verzen van Psalm 130, ook bekend in zijn Latijnse versie De profundis clamavi, één van de acht boetepsalmen die veelvuldig op muziek zijn gezet. De psalmtekst wordt in de twee 'aria's' becommentarieerd met twee koraalteksten. Terwijl Bach zich dus al een volleerd meester van het detail betoont, interesseert hij zich toch ook voor het aanbrengen van een overkoepelende structuur; dat blijkt uit de symmetrische opbouw: