6 oktober 2018

Hohe Mess, BWV 232
De Mis in b-kleine terts van Johann Sebastian Bach, beter bekend onder de 19e-eeuwse fantasiebenaming Hohe Messe (BWV 232) is de aanduiding voor een verzameling van meerstemmige toonzettingen van de vaste onderdelen van de Rooms-Katholieke mis (Ordo Missae), het zogeheten Ordinarium. Dit bestaat van oudsher uit de onderdelen Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei die verspreid over een misviering aan bod komen. Bachs enige toonzetting van het 'klassieke' (dus gehele) Ordinarium behoort, strikt muzikaal gezien, tot het genre van de Missa Solemnis of 'plechtige Mis'.
De voor liturgische doeleinden bestemde meerdelige compositie blijkt gebaseerd op Bach's toonzetting van een Kyrie en Gloria die hij in 1733 had aangeboden aan de nieuwe keurvorst van Saksen (tevens koning van Polen) waarmee hij een belangrijke positie aan het Keurvorstelijk-Saksische (en Koninklijk-Poolse) hof probeerde te verwerven. In de periode 1748-1749 voegde Bach hieraan toonzettingen toe van het Credo (of 'Symbolum Niceanum'), Sanctus (en Benedictus) en het Agnus Dei.
De betiteling 'Hohe Messe' voor Bachs grote mis dateert van 1830. Het werd bedacht door de Berlijnse musicus Adolf Bernhard Marx voor een uitgave - de eerste - van de koorpartijen van de miscompositie. Sedertdien heeft deze (niet-oorspronkelijke) benaming stand gehouden, hoewel de historisch-correcte aanduiding 'Missa in h-moll' meer en meer terrein wint.