13 januari 2018

Herr, Gott dich loben wir, BWV 16
Cantate 16 schreef Bach voor Nieuwjaarsdag 1726, een feestdag welke de lutherse liturgische kalender verbindt met de besnijdenis en naamgeving van Christus, zeven dagen na zijn geboorte. De daarbij behorende evangelielezing beslaat slechts één vers, Lucas 2:21. In zijn eerste Leipziger jaren echter gaan de nieuwjaarscantates (143, 190, 41 en 16) over het burgerlijk Nieuwjaar. BWV 16 heeft een duidelijk daaraan refererende structuur: drie delen dank voor het afgelopen jaar gevolgd door drie delen die zegen over het nieuwe jaar vragen. Bach ontleent de tekst van de eerste vijf delen aan een jaargang cantateteksten van Georg Christian Lehms, die deze Darmstadter hofbibliothecaris al in 1711 voor zijn collega kapelmeester Graupner schreef, en waaraan Bach al gedurende zijn Weimarer periode cantateteksten ontleende. Ten behoeve van BWV 16 voegt Bach zelf een slotkoraal toe aan Lehms' tekst.

Herr, when die stolzen Feinden schnauben, Deel 6 Weihnachsoratorium, BWV 248
De laatste cantate van het Weihnachtsoratorium is bestemd voor 6 januari, bij ons bekend als Driekoningen, in de lutherse liturgie Epiphanias, het feest van de verschijning van Christus.
De evangelietekst die de handeling in dit oratoriumdeel bepaalt is Mattheus 2:7-12, dat wil zeggen de tweede helft van het verhaal over de drie koningen, waarvan Bach de eerste helft gebruikte in de voorlaatste cantate omdat het voor de zondag na Nieuwjaar voorgeschreven evangelieverhaal over Jozef en Maria's vlucht naar Egypte niet in zijn oratorium-libretto paste.
Qua herkomst verschilt Deel VI van de voorafgaande delen, waarvan de koren en aria's immers afkomstig waren uit wereldlijke cantates die Bach in de twee voorafgaande jaren componeerde ter ere van het Saksische vorstenhuis. Deel VI daarentegen is in zijn geheel (d.w.z. tot en met de accompagnati/arioso's) gebaseerd op een kort tevoren (najaar 1734) gecomponeerde kerkcantate (BWV 248a) waarvan overigens slechts enkele instrumentale partijen zijn overgeleverd.

De solisten zijn: Jeannette van Schaik (sopraan), Florieke Beelen (mezzosopraan), Gevorg Aperánts (tenor) en
Berend Eijkhout (bariton).
Jamie de Goei speelt op het Bätz-orgel; Praeludium, Fuge und Ciaconna BuxWV 137 - D. Buxtehude en Basso Ostinato - G.F. Händel.
De inleinding wordt verzorgd door Ds. Erica Scheenstra, predikant Protestantse gemeente 's-Hertogenbosch.