21 april 2018

Christ lag in Todes Banden, BWV 4
Christ lag in Todes Banden is een paaslied dat Luther in zijn eerste bundel gezangen van 1524 publiceerde, gebruikmakend van tekst en melodie van de 11e eeuwse sequens Victimae Paschali laudes. Bach gebruikt de letterlijke tekst van Luthers lied, zeven coupletten van acht regels, alle eindigend met Halleluja, als tekst voor een cantate (BWV 4) die hij waarschijnlijk componeerde ter gelegenheid van zijn auditie voor de post van organist aan de Blasiuskerk te Mühlhausen, 24 april 1707; daarmee zou BWV 4 Bachs oudst bewaard gebleven cantate zijn.
Met deze cantate op uitsluitend koraaltekst, bouwt Bach onmiskenbaar voort op de laat 17e-eeuwse cantatecomposities van zijn grote voorbeelden Buxtehude, Pachelbel en Kuhnau: geen vrij gedichte aria- en recitatiefteksten, geen da-capoaria's, geen zelfstandige concertante instrumentale gedeelten; de cantate is niet anders dan een reeks koraalvariaties met Luthers lied als enige tekst en de koraalmelodie, hoe ook gevarieerd, als uitsluitend muzikaal thema.

Solisten zijn:
Channa Malkin (sopraan), Rosina Fabius (mezzosopraan), Adrian Fernandez (tenor) en Alexander de Jong (bas-bariton).
Jamie de Goei speelt op het Bätz-orgel de Canzona in d-moll, BWV 588 en besluit het concert met Praeludium und Fuga in D-dur, BWV 532.
De inleiding wordt verzorgd door Ds. Henk van Tilburg, Emeritus predikant Protestantse Gemeente ’s-Hertogenbosch.