Home

 De Stichting

Programma

Uitvoerenden

Vriend van onze stichting

Aanmelden als vriend

Nieuwsbrief aanvragen

Nieuwsbrief

J.S. Bach

International
Vocal Competition

ANBI

Privacyverklaring

Contact

 

30 oktober 2021 - 17.00 uur

Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen - BWV 12
Cantate 12 is een vroege cantate van Bach. Om precies te zijn: de tweede die hij componeerde sinds hij in maart 1714 aan het hertogelijk hof te Weimar was gepromoveerd tot concertmeester, een functie die hem verplichtte maandelijks een nieuwe cantate te componeren. (Bach verkreeg zijn promotie om te voorkomen dat hij de hem aangeboden functie als organist te Halle zou aanvaarden, waar hem eenzelfde verplichting c.q. kans werd geboden.)
BWV 12 ging in première op zondag 22 april 1714, de derde zondag na Pasen die in de Lutherse liturgische agenda Zondag Jubilate heet, zo genoemd naar de eerste woorden van de introïtuspsalm (Psalm 66:1-3), Jubilate Deo omnes terra. De titels van de drie cantates die Bach in de loop der tijd voor deze zondag componeerde getuigen overigens niet van een jubelstemming: Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (1714, BWV 12), Ihr werdet weinen und heulen (1725, BWV 103) en Wir müssen durch viel Trübsal in das Reich Gottes eingehen (1728, BWV 146). Wel vertonen alle drie de cantates een ontwikkeling van lijden naar vreugde; ze volgen daarin de evangelietekst voor deze zondag (Johannes 16: 16-23), waarin Christus zijn discipelen verzekert dat angst en pijn in vreugde zullen verkeren.
Bachs librettist in Weimar was de theologisch onderlegde en poëtisch begaafde hofbibliothecaris Salomon Franck (1659-1725), die Bach van teksten voorzag van gemiddeld hogere kwaliteit dan waarover hij later in Leipzig kon beschikken.

Motet: Jesu, meine Freude - BWV 227
Van Jesu, meine Freude is geen handschrift van Bach bekend; er is wel gedacht dat hij het schreef voor de rouwdienst op 19 juli 1723 voor de echtgenote van de postdirecteur, Frau Kees, maar die hypothese blijkt onhoudbaar. We weten niet voor wie en wanneer het stuk is gecomponeerd, al is het duidelijk begrafenismuziek uit zijn eerste tien Leipziger jaren. De afwijkende bezetting (vijfstemmig in plaats van dubbelkorig) en het ongebruikelijke 'verknippen' van de bijbeltekst kan wijzen op een externe opdrachtgever.
Terwijl Bachs belangrijkste motetten dubbelkorig zijn is Jesu, meine Freude voor slechts vijfstemmig koor, maar wel het meest omvangrijke motet. Het omvat maar liefst elf delen en duurt ongeveer 25 minuten. De voor een motet kenmerkende structuurloosheid ondervangt Bach door met een koraalmelodie samenhang tussen de onderdelen te stichten. Jesu, meine Freude is een destijds zeer populair protestants kerklied, dat in 1653 werd gepubliceerd op een tekst van Johann Franck en een melodie van Johann Crüger. Bach gebruikte tekst en melodie van dit koraal uit de lutherse zangbundel in telkens nieuwe harmoniseringen o.m. ook in zijn cantates 64, 81 en 87 en in orgelbewerkingen (BWV 610 en 713).